Duidelijkheid over verhoging AOW-leeftijd

Nieuwegein, 24 september 2012 - geplaatst door admin in: artikelen,nieuws |

Na het bereiken van Lenteakkoord is onze wetgever danig tekeer gegaan. Op 5 juni 2012 heeft minister Kamp een nieuw  wetsvoorstel Wet verhoging AOW- en pensioen richtleeftijd (kort Wet VAP) ingediend bij de Tweede Kamer en op 10 juli 2012 is deze Wet VAP al door de Eerste Kamer aangenomen. In dit artikel gaan we in op de gevolgen van deze wet.

De AOW leeftijd gaat al in 2013 omhoog; dit gebeurd in stappen.

– in eerste instantie 1 maand (2013, 2014 en 2015)
– dan 2 maanden (periode 2016 tot en met 2019) en
– vervolgens 3 maanden per jaar (2020 tot en met 2023).

Vóór de invoering van de Wet VAP was het niet moeilijk om te weten wanneer je AOW kon verwachten. Die ging in op de 65-ste verjaardag. Nu moet de ingangsdatum van de AOW berekend worden aan de hand van je geboortedatum. Voor personen die geboren zijn op of na 1 januari 1957 is de ingangsdatum nog niet zeker. Wellicht op de 67-ste verjaardag maar het kan ook later worden…

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft hiervoor een schema gepubliceerd.

U bent geboren: U krijgt AOW in: Uw leeftijd als uw AOW-uitkering ingaat, is:
voor 1 januari 1948 2012 65
na 31 december 1947 en voor 1 december 1948 2013 65 + 1 maand
na 30 november 1948 en voor 1 november 1949 2014 65 + 2 maanden
na 31 oktober 1949 en voor 1 oktober 1950 2015 65 + 3 maanden
na 30 september 1950 en voor 1 augustus 1951 2016 65 + 5 maanden
na 31 juli 1951 en voor 1 juni 1952 2017 65 + 7 maanden
na 31 mei 1952 en voor 1 april 1953 2018 65 + 9 maanden
na 31 maart 1953 en voor 1 januari 1954 2019 66
na 31 december 1953 en voor 1 oktober 1954 2020 66 + 3 maanden
na 30 september 1954 en voor 1 juli 1955 2021 66 + 6 maanden
na 30 juni 1955 en voor 1 april 1956 2022 66 + 9 maanden
na 31 maart 1956 en voor 1 januari 1957 2023 67
na 31 december 1956 2024 nog niet bekend.*
* De regering beslist later of de AOW-leeftijd verder omhoog gaat voor mensen die na 1956 geboren zijn.

Verder ìs geregeld dat er vanaf 2019 ieder jaar, door middel van een bepaalde formule, wordt vastgesteld of vijf jaar later de AOW leeftijd verder wordt verhoogd. Dit gebeurt voor de eerste maal uiterlijk op 1 januari 2019 en gaat dan gelden per 1 januari 2024. De verhoging kan nooit meer dan drie maanden zijn. Mocht de levensverwachting dalen (de formule komt op ‘min’ uit) dan wordt de ingangsleeftijd niet naar beneden bijgesteld.

Voor iedereen die geboren is na 1956, kan de AOW-ingangsdatum dus nog niet bepaald worden. Voor deze grote groep geldt dat de AOW-leeftijd ten minste 67 jaar is . De exacte AOW-leeftijd is nu nog niet bekend, want vanaf 2024 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Voor 2024 en latere jaren wordt de AOW-leeftijd steeds 5 jaar van tevoren vastgesteld. In 2019 is dus bekend wat de AOW-leeftijd in 2024 is.

Bij de bespreking van het voorstel in de Tweede Kamer is echter wel een verwachting rond de ingangsdata uitgesproken. Op grond van de huidige gegevens zou in 2024 en 2025 mogelijk een verhoging naar respectievelijk 67 plus 3 maanden en 67 plus 6 maanden plaatsvinden. In 2027 wordt een verhoging naar 67 plus 9 maanden verwacht en de verhoging naar 68 jaar in 2032.

Geboren krijgt naar verwachte
verwachting ingangsleeftijd
AOW in AOW
na 31 dec. 1956 en voor 1 okt. 1957 2024 67 + 3 maanden
na 30 sep. 1957 en voor 1 jul. 1958 2025 67 + 6 maanden
na 30 jun. 1958 en voor 1 jul. 1959 2026 67 + 6 maanden
na 30 jun. 1959 en voor 1 apr. 1960 2027 67 + 9 maanden
na 31 mrt. 1960 en voor 1 apr. 1961 2028 67 + 9 maanden
na 31 mrt. 1961 en voor 1 apr. 1962 2029 67 + 9 maanden
na 31 mrt. 1962 en voor 1 apr. 1963 2030 67 + 9 maanden
na 31 mrt. 1963 en voor 1 apr. 1964 2031 67 + 9 maanden
na 31 mrt. 1964 en voor 1 jan. 1965 2032 68
na 31 dec. 1964 onbekend onbekend

Deze tabel is echter slechts gebaseerd op de door de minister verwachte ontwikkeling van de levensverwachtingen. Of dit juist is, zal blijken in 2019! 

Renteloze lening
Voor die personen die door de snelle invoer van de verhoging van  de AOW leeftijd in financiële problemen dreigen te komen bestaat een mogelijkheid om op de oorspronkelijke AOW ingangsdatum (65 jaar) een renteloze lening te krijgen. Dat geldt alleen voor degenen die in 2013, 2014 en 2015 65 jaar worden.

Jaar AOW ingang Lening mogelijk terugbetalingstermijn
2013 65 + 1mnd 1 maand 6 maanden
2014 65 + 2 mnd 2 maanden 12 maanden
2015 65 + 3 mnd 3 maanden 18 maanden

 Iemand die bijvoorbeeld in 2014 65 jaar wordt, heeft op grond van de regeling de mogelijkheid om een voorschot te vragen van 2 maanden. Op het moment dat de AOW echt ingaat, dient dan dat voorschot weer in twaalf maanden te worden terugbetaald. Zoals gezegd de lening is wel renteloos. Verder wordt voor mensen die als gevolg van de leeftijdsverhoging het recht op AOW-partnertoeslag dreigen mis te lopen (de geboortecohorten november en december 1949), de voorgenomen afschaffing van de partnertoeslag uitgesteld tot 1 april 2015.

Overige sociale wetten
De wijziging van de AOW-leeftijd heeft ook effect op tal van andere sociale wetten doordat daar vaak een leeftijdsgrens van 65 is opgenomen, bijvoorbeeld voor de einddatum van een uitkering. Door middel van een algemene maatregel van bestuur (AMvB) worden de teksten waarin de 65 jarige leeftijd is opgenomen in de verschillende wetten aangepast. Omdat gerechtigden tot de AOW door het stapsgewijs verhogen van de AOW-leeftijd verschillende AOW-leeftijden kunnen hebben, is er voor gekozen in al die wetten de leeftijdsgrens van ‘65 jaar’ – daar waar mogelijk – te vervangen door ‘de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet’. Dat heeft tot gevolg dat in de meeste artikelen niet meer gesproken wordt over een uitkering die eindigt op ‘65 jarige leeftijd’ maar van een uitkering die ‘eindigt bij het bereiken van de ensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in de AOW’.

Fiscale wetten
Verhoging van de AOW-leeftijd heeft ook invloed op enkele fiscale regels. Het gaat in het algemeen om verruimingen, waardoor langer, namelijk tot de nieuwe AOW-leeftijd gebruik gemaakt kan worden van bepaalde fiscale faciliteiten. Het is van belang om goed in ogenschouw te nemen dat waar in die fiscale wetteksten en dan met name bij de Wet op de loonbelasting 1964 gesproken wordt over de 65 jarige leeftijd veelal de AOW-leeftijd wordt bedoeld. Als gevolg daarvan gaan die nieuwe leeftijden dan ook al per 1-1-2013 gelden.

Een voorbeeld daarvan is artikel 18a van de Wet op de loonbelasting. Hierin is ondermeer vermeld dat wanneer het ouderdomspensioen vóór de 65 jarige leeftijd 100% van het pensioengevend loon komt te bedragen dat pensioen in moet gaan op het tijdstip waarop de 65 jarige leeftijd wordt bereikt. Dat wordt nu dus ‘de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet’

(c) Mr. Edwin van Anraad CPL - powered by WordPress and TheBuckmaker